Spring naar inhoud

Recept · 70% hydratatie

Een eenvoudig basisbrood

Meel, water, zout en een actieve starter. Eén brood. De basis waar alle andere broden op rusten — uitgelegd, niet voorgeschreven.

Dit is het brood om te leren. Niet omdat het saai is — een goed gerezen basis­brood is een klein wonder — maar omdat alles wat je hier oefent (lezen van het deeg, gevoel voor tijd, vertrouwen in spanning) terugkomt in elk ander brood dat je maakt. We gebruiken bakkerspercentages: alles uitgedrukt als percentage van het meelgewicht. Zo zie je in één oogopslag wat het recept typeert, en kun je het herschalen naar elk formaat brood.

Wat je nodig hebt

Voor één brood van ongeveer 900 gram (rauw deeg, iets minder na het bakken):

IngrediëntBakker-%Gram
Meel (bloem of tarwe)100%500 g
Water70%350 g
Actieve starter20%100 g
Zout2%10 g

Wil je een ander formaat? Gebruik de bakkerspercentages-tool — sleep je deeggewicht en je krijgt de grammen voor jouw bak.

De stappen

  1. Starter (vooraf). Zorg dat je starter actief en op zijn top is — gevoed, gerezen, luchtig. Een trage of hongerige starter geeft een traag of plat brood. Leer hem lezen (drijftest, geur, belletjes) — vertrouw niet op de klok.

  2. Kneden. Los de starter op in het water. Meng het meel erdoor tot er geen droge plekken meer zijn. Voeg het zout toe en kneed het kort door (of laat 30 min rusten — autolyse — en kneed daarna). Het deeg is klaar als het glad en gespannen aanvoelt. Knop: meer water → opener kruim, maar plakkeriger deeg (zie hydratatie).

  3. Eerste rijs (bulk). Laat het deeg een paar uur rijzen op kamer­temperatuur, met om de 30 minuten een vouwronde (4 keer is meestal voldoende) om gluten op te bouwen. Het deeg is klaar als het ongeveer 30–50% in volume is toegenomen, glad en gespannen oogt, en luchtbellen aan de zijkant te zien zijn. Knop: temperatuur bepaalt veel — warmer → sneller; kouder → trager en meer smaak.

  4. Vormen. Kantel het deeg op een licht bemeeld werkblad. Vouw het in zichzelf tot een strakke bol of bûche en leg het — met de naad naar boven — in een goed bemeeld rijsmandje (banneton) of een met theedoek beklede schaal. Oorzaak/gevolg: strak vormen → meer ovenrijs en hoogte.

  5. Narijs (tweede rijs). Laat het gevormde deeg nog rijzen — 1 tot 3 uur op het aanrecht, of een nacht in de koelkast. De koude variant geeft diepere smaak, een steviger oppervlak om in te snijden, en je kunt bakken wanneer het uitkomt. Klaar? Druk zachtjes met een natte vinger: deuk veert traag terug en blijft een beetje zichtbaar → de oven in.

  6. Bakken. Verwarm je oven (en je Dutch oven of gietijzeren pan met deksel) voor op 240 °C. Kantel het brood uit het mandje op bakpapier, snij het oppervlak in met een scherp mes (lame), en laat het — papier en al — in de hete pan zakken. Deksel erop, 20 min. Daarna deksel eraf, temperatuur naar 220 °C, en bak nog 20–25 min tot diepbruin. Tik op de bodem: het brood klinkt hol als het klaar is.

Eén belangrijk principe

Fermentatie hangt af van je starter, je meel en de temperatuur in jóuw keuken. Deze getallen zijn een startpunt om vanuit te experimenteren, geen wet. Bak het twee keer zoals hier beschreven om gevoel te krijgen. Dan schuif aan één variabele tegelijk (eerst hydratatie, dan misschien narijs in de koelkast) en kijk wat er gebeurt. Zo bouw je je eigen kennis, niet die van iemand anders.